Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Vrijstellingen.

Onderdeel van Verordening hondenbelasting 2024

1.. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.. De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die, op verzoek van erkende instanties, worden opgeleid tot honden als bedoeld onder a en b; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politievereniging, mits de houder zich heeft verbonden de hond met een begeleider, aan wiens bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; die worden ingezet als reddingshonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel