Naar hoofdinhoud
1.. De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden de door het college vastgestelde beleidskaders en beleidsregels in acht, tenzij het tweede lid van dit artikel van toepassing is. 2.. Indien de directeur op zwaarwegende gronden voornemens is af te wijken van de beleidskaders of beleidsregels bedoeld in het eerste lid, treedt hij hierover vooraf in overleg met het college. 3.. Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met Omgevingsdienst IJsselland over uitvoeringsaspecten, indien dat beleid raakt aan de taken die Omgevingsdienst IJsselland uitvoert.

Rechtspraak bij dit artikel