Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 29.

Begrotingscriterium

Onderdeel van Financiële verordening Kaag en Braassem 2023

Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 6. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van het geautoriseerd programmalastenbudget als begrotingsonrechtmatig wordt beschouwd. Overschrijdingen van het programmalastenbudget worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde baten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling. c. De overschrijding van lasten is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. d. De overschrijding van lasten is door de raad uiterlijk 15 februari van het jaar volgend op het betreffend verslagjaar geautoriseerd door middel van een raadsbesluit op een separaat ingediend raadsvoorstel uiterlijk 31 december van het betreffend verslagjaar. Er is dus op 31 december van dat verslagjaar nog geen formele autorisatie voor dat jaar door de raad vastgesteld maar later en wel uiterlijk 15 februari van het jaar volgend op het betreffend verslagjaar. De na het moment van de door de raad laatst vastgestelde tussentijdse rapportage over het betreffend verslagjaar geconstateerde over- en/of onderschrijdingen van programmabaten-budgetten resp. onderschrijdingen van programmalasten- en/of investeringskredietbudgetten voor dat verslagjaar betreffen op zichzelf acceptabele begrotingsonrechtmatigheden, mits deze soort afwijking(en) uiterlijk bij of met de jaarrekening over dat verslagjaar aan de raad worden gemeld en toegelicht. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel