De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Een:
a. exploitatievergunning voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28 lid 1;
b. een ontheffing als bedoeld in artikel 2:28 lid 5;
c. ontheffing van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2:29 lid 4;
d. exploitatievergunning voor een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39;
e. exploitatievergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 2:84;
f. vergunning voor bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in artikel 2:77b;
g. exploitatievergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 3:4; en een
h. ontheffing van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 3:6 lid 2, vervallen van rechtswege zodra de op de vergunning of ontheffing vermelde exploitant de exploitatie feitelijk heeft beëindigd.
De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1:7