In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas met een stamomtrek van minimaal 14 centimeter op 1 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Inbegrepen zijn de kroon, stam en de wortels van de boom.
houtopstand: één of meer bomen.
bomencompensatieplicht: herplantplicht en/ of financiële compensatieplicht.
herplantplicht: verplichting van de vergunninghouder om een nieuwe boom of nieuwe bomen op eigen grond te planten.
financiële compensatieplicht: verplichting van de vergunninghouder om geld te betalen aan de gemeente waarmee de gemeente zelf een nieuwe boom of nieuwe bomen gaat planten.
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand.
knotten/kandelaren/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde of gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud.
project: een openbare (gemeentelijke) of particuliere activiteit of werkzaamheid die de fysieke leefomgeving ter plaatse van (een) houtopstand(en) wijzigt, en van invloed is op de houtopstand(en). Als voorbeelden kunnen worden genoemd het bouwen, of realiseren van gebouwen, of bouwwerken, de realisatie of constructie van wegen, parken, of watergangen.
rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand.
vellen: het rooien, het kappen, het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel, of het voorbereiden van een verplanting met inbegrip van verplanten, of het voor de eerste maal knotten/ kandelaren/kandelaberen alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
dode boom: een boom die verkeert in een onomkeerbare toestand zonder stofwisseling of andere actieve levensfuncties. Het vaststellen van de dood van de boom moet gebeuren door een boomdeskundige. Onder boomdeskundige wordt in dit geval verstaan: persoon in het bezit van een European Tree Worker (ETW) certificaat of een boomveiligheidscontroleur (BVC) certificaat.
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Artikel 4.10