**1..** Gevelterrassen mogen uitsluitend worden geplaatst tegen de voor- en/of zijgevel van het horecabedrijf, ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. De breedte van een gevelterras mag niet meer bedragen dan de breedte van de voor- of zijgevel van het pand ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. De diepte van een gevelterras is afhankelijk van de beschikbare openbare ruimte. De exacte omvang en situering van het terras worden op de plattegrond bij de exploitatievergunning aangegeven.
**2..** Een gevelterras wordt hetzij direct tegen de gevel geplaatst hetzij indirect tegen de gevel geplaatst waarbij het terras eerst gescheiden wordt door een doorgang. Het terras mag dan na die doorgang geplaatst worden. Een nieuw terras sluit in beginsel aan bij de situering van de naastgelegen terrassen. Doorgangen sluiten zo zoveel mogelijk op elkaar aan. Bij herinrichting van de openbare ruimte kan de burgemeester de plaats van de doorgangen bepalen. Doorgangen dienen te voldoen aan hetgeen in deze beleidsregels is bepaald.
**3..** Een terras mag niet worden geplaatst direct voor de gevel van naastgelegen of aangrenzende panden.
**4..** Een horecabedrijf mag, als de openbare ruimte dat toelaat, beschikken over zowel een gevelterras als een eilandterras.
**5..** De gemeente brengt op de grond een markering aan om de begrenzing van de terrassen aan te geven. Terrasmeubilair mag niet buiten deze begrenzing worden geplaatst. De situatietekeningen die bij de vergunningen zijn gevoegd, zijn uiteindelijk altijd leidend wat betreft de begrenzingen van de terrassen.
**6..** Er dient voldoende ruimte voor het (voetgangers) verkeer en hulpdiensten aanwezig te zijn. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten;
Er dient in beginsel een minimale doorgang van 1,8 meter breed aanwezig te zijn;
Deze breedte van 1.8 meter kan teruggebracht worden tot 1,5 meter indien de beschikbare ruimte niet voldoende is om een doorgang van 1,8 meter te realiseren. In dat geval rust er een extra zorgplicht op de ondernemer om de doorgang vrij te houden van belemmeringen;
Het terras mag de loopruimte van mensen met een fysieke beperking niet doorkruisen;
Voor hulpdiensten dient een doorrijroute van minimaal 4,5 meter breed aanwezig te zijn tenzij in de vergunning een andere minimale doorgang is opgenomen;
In drukke winkelstraten kunnen bredere doorgangen vereist zijn;
Voetgangersoversteekplaatsen en kruisingen moeten vrij, benaderbaar en zichtbaar zijn.
**7..** Er dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van obstakels of gebruik van andere functies, zoals bijvoorbeeld fietsklemmen, brandkranen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair, afvalcontainers, kunstwerken, toegangen, nooduitgangen etc., door 0,5 meter afstand te houden van deze obstakels.
Hoofdstuk
Artikel 10