**1..** Het (mobiele) verwarmingstoestel moet zo zijn geplaatst dat zij niet gemakkelijk kan worden omgestoten of aangereden en moet zo nodig tegen mechanische beschadiging zijn beschermd.
**2..** Het (mobiele) verwarmingstoestel moet zodanig zijn geplaatst en uitgevoerd en er moet zo nodig een doelmatig bescherming zijn aangebracht dat geen brandgevaar wordt veroorzaakt door het toestel.
**3..** Uiteraard is een mobiel verwarmingstoestel in die omgeving van brandgevaarlijke materialen niet toegestaan. Er dienen zodanige maatregelen getroffen te worden, bijvoorbeeld door het verplaatsen van de installatie of het aanbrengen van een isolerende laag, dat de brandbare materialen niet hun eigen ontbrandingstemperatuur zullen bereiken.
Hoofdstuk
Artikel 13