1. De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
2. De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen wordt jaarlijks per 1 juli geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte.
3. De hoogte van de huurprijs van sociale huurwoningen dient, gerekend vanaf de datum van eerste verhuur, gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6 op of onder het bedrag bedoeld in eerste lid van dit artikel 13 te blijven.
4. De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt minimaal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
5. De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt maximaal de maximale huurprijs bij een totaal van 186 WWS-punten uit het woningwaarderingsstelsel van het Besluit huurprijzen woonruimte.
6. De in het vierde en vijfde lid bedoelde aanvangshuurprijzen voor middeldure huurwoningen worden jaarlijks per 1 juli geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte.
7. De hoogte van de aanvangshuurprijs van middeldure huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6, op of onder het bedrag bedoeld in het vijfde lid van dit artikel te blijven.