Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 10.

Afzien van terugvordering bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2024 Oss

1.. De gemeente werkt mee aan een schuldregeling en ziet af van (verdere) terugvordering, als: de gemeente verwacht, dat de inwoner zijn schulden niet kan aflossen; en de medewerking van de gemeente nodig is voor een schuldregeling; en de vordering van de gemeente volgens dezelfde verdeelsleutel wordt betaald als andere vorderingen van gelijke rang. 2.. De gemeente werkt niet mee aan een schuldregeling, als: de vordering volledig wordt gedekt door pand of hypotheek; of als de vordering naar verwachting betaald kan worden met geld of bezittingen waarop de inwoner recht heeft, maar waarover hij nog niet kan beschikken, zoals een aandeel uit een erfenis of een uitkering uit een levensverzekering; of als de vordering het gevolg is van verkeerde informatie die opzettelijk door de inwoner is gegeven of waaraan de inwoner opzet of grove schuld heeft. 3.. De gemeente kan het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling intrekken, als: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is genomen, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid; de inwoner de verplichtingen aan de schuldregeling weigert na te komen, en de gemeente daar al eerder op gewezen heeft; of als de inwoner verkeerde informatie heeft gegeven en de gemeente niet meegewerkt zou hebben, als de inwoner op tijd de juiste informatie had gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel