Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 14.

De betalingsverplichting van inwoners met een uitkering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2024 Oss

1.. De gemeente stelt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vast op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, als de inwoner een uitkering van de gemeente heeft. De vordering op de inwoner wordt verrekend met die uitkering. 2.. De gemeente stemt in met een betalingsvoorstel voor een lagere maandelijkse aflossing, als uit nader onderzoek blijkt dat daartoe noodzaak bestaat en de voorgestelde aflossing tenminste € 25 per maand is. 3.. Als een andere schuldeiser beslag legt op de uitkering, verhoogt de gemeente de maandelijkse betalingsverplichting tot 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. 4.. De hoogte van de betalingsverplichting blijft bij beëindiging van de uitkering gedurende 6 maanden na de einddatum ongewijzigd. Na deze 6 maanden volgt een beoordeling van een eventueel te wijzigen draagkracht. 5.. De leden 1, 2 en 4 zijn van gelijke toepassing op bijstandsleningen.

Rechtspraak bij dit artikel