**1..** De gemeente stelt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vast op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, als de inwoner een uitkering van de gemeente heeft. De vordering op de inwoner wordt verrekend met die uitkering.
**2..** De gemeente stemt in met een betalingsvoorstel voor een lagere maandelijkse aflossing, als uit nader onderzoek blijkt dat daartoe noodzaak bestaat en de voorgestelde aflossing tenminste € 25 per maand is.
**3..** Als een andere schuldeiser beslag legt op de uitkering, verhoogt de gemeente de maandelijkse betalingsverplichting tot 5% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**4..** De hoogte van de betalingsverplichting blijft bij beëindiging van de uitkering gedurende 6 maanden na de einddatum ongewijzigd. Na deze 6 maanden volgt een beoordeling van een eventueel te wijzigen draagkracht.
**5..** De leden 1, 2 en 4 zijn van gelijke toepassing op bijstandsleningen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 14.
De betalingsverplichting van inwoners met een uitkering
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2024 Oss