Naar hoofdinhoud
1.. Het college onderzoekt voor zover nodig in samenspraak met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; De mogelijkheden om zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang: op eigen kracht, of met gebruikelijke hulp, of met een algemene voorziening, of met een algemeen gebruikelijke voorziening, of met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk, of met een voorziening waarop aanspraak bestaat vanuit een andere wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten; De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; De mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang en de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd op andere voorzieningen op deze domeinen; De mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; Welke bijdrage in de kosten de cliënt voor de maatschappelijke ondersteuning verschuldigd zal zijn, en De mogelijkheid te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, aan het college of de andere organisatie heeft verstrekt, betrekt het college of de andere organisatie dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 4.. Het college of de andere organisatie informeert de cliënt over de gang van zaken bij het onderzoek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. 5.. Het onderzoek bestaat in ieder geval uit een gesprek, tenzij de hulpvraag voldoende bekend is. Dan kan het college of de andere organisatie hier in overleg met de cliënt van afzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel