Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Grondbeleid Brunssum 2023-2026

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024-2028

Hoe regisserend wil de gemeente opereren, welke ambities heeft de gemeente en welke risico’s vindt zij daarbij acceptabel? In zijn algemeenheid geldt voor het gemeentelijk beleid dat Brunssum zo veel mogelijk sturing wil geven aan (de kwaliteit van) de ruimtelijke ontwikkeling. Zeker omdat de “markt” niet voor alle functies (denk onder andere aan sociale- en betaalbare woningen, maatschappelijke functies, etc.) het initiatief zal tonen, is een actieve en regisserende rol voor de gemeente in deze onvermijdelijk. Zeker om alle doelen vanuit andere beleidsvelden gerealiseerd te krijgen past een initiërende rol van de gemeente. Echter deze beoogde actieve houding, i.c. grip en regie houden op de ruimtelijke ontwikkeling, moet wel afgezet worden tegen de wens om de risico’s daarbij zo laag en beheersbaar mogelijk te laten zijn. Hierbij moet worden onderkend dat bij gebiedsontwikkeling in Brunssum (en directie omgeving) de kosten vergelijkbaar zijn als elders in het land, maar de opbrengstpotentie daarentegen gemiddeld lager dan. Dit leidt tot een risico voor wat betreft het financieel sluitend krijgen van grondexploitaties. Faciliterend grondbeleid (“het aan de markt overlaten”) betekent dat de invloed kleiner is dan bij een actieve interventie op de grondmarkt. Maar de gemeente kan via het stellen van ruimtelijke kaders en het publiekrechtelijk instrumentarium regie voeren en ook de kosten verhalen die zij maakt. Voor welke maatschappelijk belang en ruimtelijk-fysiek opgave ziet de gemeente zich gesteld? Het (maatschappelijk) belang van ontwikkelingen is voor Brunssum een belangrijke factor. Alle ontwikkelingen moeten als vanzelfsprekend passen in de visie van de gemeente die onder meer is verwoord in de structuurvisie en straks in de Omgevingsvisie. Maar ook bijvoorbeeld de lokale en regionale Woonvisie, en daarin opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven, is in deze van belang. Voor het daadwerkelijk realiseren van deze maatschappelijke opgaven, past een actief grondbeleid het beste. Maar ook particuliere initiatieven die passen in de visie van de gemeente en maatschappelijk belang dienen gestimuleerd te worden. In dat geval is actief ingrijpen door de gemeente niet altijd nodig en kan voor faciliterend of passief grondbeleid worden gekozen. Actief ingrijpen zal wel noodzakelijk zijn bij ontwikkelingen die van groot belang voor Brunssum zijn, maar die niet automatisch of geheel niet door de markt worden opgepakt. Maar ook door samenwerking met andere (hogere) overheden en particulieren kan de beoogde maatschappelijke opgave mogelijk (beter) gerealiseerd worden. Hiervoor kan een samenwerking op basis van de Wgr (Wet gemeenschappelijke regeling) gezocht worden of een aperte entiteit (BV/CV) worden opgericht. De kwantitatieve en ruimtelijke opgave waarvoor de gemeente zich op langere termijn gesteld ziet (denk aan woning- en bedrijvenlocaties), zal in de nog op te stellen omgevingsvisie gaan landen. Maar om de continuïteit in de ruimtelijk-fysieke opgave ook op termijn te kunnen waarborgen, zal een (deels) actieve rol van de gemeente onvermijdelijk zijn. Wat beoogd de wetgever onder andere met de nieuwe Omgevingswet als het gaat om het inzetten van het grondbeleid voor de ruimtelijk fysieke ontwikkeling Met de nieuwe Omgevingswet beoogt de wetgever onder andere, dat de gemeente duidelijk vastlegt wat de uitvoeringsstrategie zal zijn voor de beoogde uitvoering van de ruimtelijke ontwikkeling. Ofwel niet alleen de waar en wat vraag, maar van begin af aan ook inzicht in de wijze waarop de ruimtelijk-fysieke ontwikkeling plaatsvindt. Een onderbouwing van het gemeentelijk grondbeleid in een Nota Grondbeleid wordt hierbij aanbevolen. De kernvraag bij het kiezen van een uitvoeringsstrategie is namelijk hoe sterk de gemeente wil sturen op de kwaliteit van de locatie en het tempo van realisatie daarvan. Dat hangt vooral af van: de maatschappelijke- en beleidsdoelen die de locatie dient. de belangstelling van marktpartijen voor de locatie. de financiële ruimte van de gemeente en de financiële risico’s die de ontwikkeling van de locatie met zich meebrengt. de grondposities die de gemeente op de locatie heeft. De overwegingen die hiervoor onder de genoemde items zijn beschreven, zijn ook hier van belang. Samenvatting In het algemeen is een actief grondbeleid gewenst op locaties die maatschappelijk belangrijk zijn, maar die slecht in de markt liggen. Hier zullen nieuwe ontwikkelingen niet als vanzelf tot stand komen. Wel zal de gemeente een deugdelijke afweging maken van het maatschappelijk belang/winst en de mogelijke maatschappelijke offers (negatief grondexploitatieresultaat) en risico’s die hiermee gepaard gaan. Faciliterend en passief grondbeleid zijn daarentegen een goede optie voor locaties die van maatschappelijk belang zijn, maar die goed in de markt liggen. Hier zijn marktpartijen graag bereid de ontwikkelingen te realiseren. Daardoor kan de overheid ermee volstaan regels te stellen en kostenverhaal toe te passen. Gelet op het vorenstaande kunnen de volgende kaders voor het te voeren grondbeleid voor de komende jaren opgemaakt worden: De gemeente zal de exacte inkleuring van haar grondbeleid per situatie bekijken. Dit betekent maatwerk per locatie en dat noemen we “situationeel grondbeleid”. Hiervoor wordt per locatie een uitvoeringsstrategie (zoals de Omgevingswet bedoelt) opgesteld, die als basis dient voor het grondbeleid van die specifieke locatie.

Rechtspraak bij dit artikel