Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Onteigening

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024-2028

Als minnelijke verwerving niet succesvol is, kan het onteigeningsinstrument (als ultiem middel) ingezet worden voor de uitvoering van het actieve grondbeleid. Gelet op de mogelijke impact van dit instrument op de betrokken grondeigenaar, wordt dit instrument met uiterste zorgvuldigheid ingezet. Uitgangspunt is dat dit instrument alleen wordt ingezet om te voorkomen dat de (tijdige) realisatie van het gemeentelijk ruimtelijk beleid vertraging oploopt. Het hanteren van het instrument onteigening heeft voor de gemeente de volgende voordelen: Impasse in onderhandelingen kan worden voorkomen/doorbroken; De gewenste eigendomssituatie kan worden bereikt; Het opstarten van een onteigeningsprocedure (als “stok achter de deur”) leidt vaak alsnog tot minnelijk overleg en overeenstemming. Naast deze voordelen kleven er ook nadelen en risico’s aan een onteigeningsprocedure, te weten: De duur van de procedure; Volledige schadeloosstelling voor de onteigende wordt gerechtelijk bepaald, met verplichte afname; Kans op vorm- en procedurefouten. Bij het inzetten van het instrument, wat in het recente verleden overigens zelden tot niet voorgekomen is1met uitzondering van Huth e.a. gaan we uit van een zorgvuldige afweging. Niet alleen worden de hiervoor beschreven voor- en nadelen zorgvuldig afgewogen, maar wordt vooraf ook een deugdelijke juridische, financiële en planologische risicoanalyse opgesteld. De bevoegdheid te besluiten het instrument onteigening in te zetten ligt overigens bij de gemeenteraad.

Rechtspraak bij dit artikel