Voor de aankoop van gronden van derden geldt het uitgangspunt een minnelijke verwerving;
Bij de overweging om over te gaan tot een strategische- of anticiperende verwervingen geldt het
motiveringsprincipe. Verwerving geschiedt na een zorgvuldige en integrale afweging;
Gezien de vereiste bestuurlijke slagkracht bij strategische- en anticiperende verwervingen, autoriseert de raad het college tot een bedrag van € 2.000.000, waarover het college bij de jaarrekening verantwoording aflegt;
Het college houdt zich aan de met de raad afgesproken procedureregels voor dergelijke verwervingen;
Inzet van het instrument voorkeursrecht (Wvg) en onteigening geschiedt door de raad (bij Wvg: voorlopige aanwijzing door college, binnen 3 maanden raadsbesluit nodig) op basis van een deugdelijke risicoanalyse.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9
Beleidsregels verwerven grondpositie
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024-2028