Naar hoofdinhoud
De investeringen zijn te verdelen in drie categorieën: Categorie I: stedelijke gebiedsontwikkelingen en unieke grootschalige investeringen. Zie artikel 5.2. Categorie II: instandhoudings (plus)-/vervangingsinvesteringen. Zie artikel 5.3. Categorie III: Bedrijfsmiddelen en enkelvoudige investeringen. Zie artikel 5.4. Categorie I investeringen doorlopen in principe alle vier de stappen van de procesfasering volgens het MIRT (Meerjarenplan, Infrastructuur en Transport). In het MIRT doorloopt het investeringsproject verschillende fasen: van ambitie, via plan en project naar realisatie. Iedere overgang naar een volgende fase vraagt om besluitvorming door de raad ter vaststelling van de inhoudelijke en financiële kaders. Fase A: Ambitie. De ambitiefase wordt afgesloten met de vaststelling van een verkenning of visie. Bij een go besluit stelt de raad het raadsvoorstel inclusief votering van een krediet ten behoeve van de planfase vast (planfasekrediet). Fase B: Plan. De planfase wordt afgesloten met de vaststelling van een haalbaarheidsonderzoek. Bij een go besluit stelt de raad het raadsvoorstel inclusief votering van een krediet ten behoeve van de projectfase vast (projectfasekrediet). Face C: Project. De projectfase wordt afgesloten met de vaststelling van een realisatieplan, wat de benodigde stukken en financiële middelen bevat om de aanbesteding te kunnen starten. Bij een go besluit stelt de raad het raadsvoorstel inclusief votering van een krediet ten behoeve van de realisatiefase vast (realisatiekrediet). Fase D: Realisatie. De realisatiefase wordt afgesloten met een uitgevoerd en opgeleverd investeringsproject. Sommige projecten vragen om een alternatief aanbestedingstraject/contractvorming en daarmee ook een andere doorloop van de fasering. Hiermee wordt het realisatiefasekrediet in een eerdere fase dan Fase D voorgelegd aan de raad. In het raadsvoorstel wordt het alternatief aanbestedingstraject/contractvorming toegelicht en opgenomen welke fase(s) worden opgestart. Categorie II investeringen doorlopen een verkort MIRT procesfasering: Fase A: Ambitie / Fase B: Plan. Elke vier jaar wordt een meerjarenbeleidsplan vastgesteld door de raad. Fase C: Project / Fase D: Realisatie. Bij vaststelling van de begroting, worden de realisatiefasekredieten vastgesteld door de raad. Categorie III investeringen doorlopen geen procesfasering zoals is opgenomen in artikel 5.2. Kredieten worden door de raad vastgesteld bij vaststelling van de begroting of middels een apart raadsvoorstel. Bij het vaststellen van de begroting autoriseert de raad de volgende kredieten: Categorie I: kredieten voor het opstarten van de ambitiefase, planfase of projectfase kleiner dan of gelijk aan € 1 miljoen die voldoen aan de gestelde voorwaarden (zie 5.2). Categorie II en III: Kredieten kleiner dan of gelijk aan € 1 miljoen. Bedrijfsmiddelen en vervangingsinvesteringen worden door de raad geautoriseerd ongeacht de investeringsgrootte. Kredieten groter dan € 1 miljoen worden op een later tijdstip in het begrotingsjaar via een apart voorstel voorgelegd aan de raad ter besluitvorming. Bij de vaststelling van de begroting wordt de eerste jaarschijf van het strategisch investeringsplan (begrotingsjaar) vastgesteld. Bij de programmering van investeringsprojecten voor de eerste vier jaarschijven van het SIP wordt maximaal 25% overgeprogrammeerd omdat de programmering in de praktijk door diverse omstandigheden beïnvloed wordt waardoor structureel minder wordt uitgegeven dan begroot. Niet aangeroerde door de raad gevoteerde kredieten vallen na 2 jaar twee jaar vrij. Indien het investeringsproject op een later moment toch gewenst is, zal een nieuw voorstel voor programmering en besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel