Sociale huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 25 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als sociale huurwoning beschikbaar te blijven.
Midden huurwoningen dienen gedurende een termijn van tenminste 15 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als midden huurwoning beschikbaar te blijven.
Sociale koopwoningen 1 dienen gedurende een termijn van ten minste 7 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als sociale koopwoning 1 beschikbaar te blijven.
Sociale koopwoningen 2 dienen gedurende een termijn van ten minste 7 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als sociale koopwoning 2 beschikbaar te blijven.
Sociale koopwoningen 3 dienen gedurende een termijn van ten minste 5 jaar na de eerste ingebruikname als sociale koopwoning 3 beschikbaar te blijven.
Sociale koopwoningen 4 dienen gedurende een termijn van ten minste 5 jaar na de eerste ingebruikname als sociale koopwoning 4 beschikbaar te blijven.
Het college kan indien zij dit maatschappelijk gewenst achten de in lid a, b, c, d, e en f van dit artikel genoemde instandhoudingstermijn aanpassen.