Het wettelijk kader, waar deze notitie uit voortvloeit, bestaat uit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten). In artikel 20 (weerstandsvermogen en risicobeheersing) van onze financiële verordening wordt hiernaar verwezen.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten).
In artikel 9 van het BBV is bepaald dat de begroting de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ moet bevatten. In artikel 26 is opgenomen dat het jaarverslag verantwoording wordt afgelegd over hetgeen in de paragrafen van begroting is opgenomen.
In artikel 11 is de inhoud van de paragraaf verder uitgewerkt.
het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:
de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste:
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
een inventarisatie van de risico's;
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's;
een kengetal voor de:
netto schuldquote;
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
solvabiliteitsratio;
grondexploitatie;
structurele exploitatieruimte; en
belastingcapaciteit.
een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag worden opgenomen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Wettelijk kader
Onderdeel van Uitvoeringskader risicomanagement gemeente Soest 2023