Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 12

Criteria voor een individuele voorziening voor jeugdhulp

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023

1.. Een jeugdige of diens ouders komt in aanmerking voor een individuele voorziening als er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen bij de jeugdige. De individuele voorziening stelt de jeugdige in staat gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. 2.. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan worden verstrekt voor zover de jeugdige en/of diens ouders deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen doordat: redelijkerwijs geen aanspraak kan worden gedaan op de ‘eigen kracht’ van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s); geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag met gebruikelijke hulp; geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag met mantelzorg; geen gebruik gemaakt kan worden van een algemeen gebruikelijke voorziening; geen gebruik gemaakt kan worden van een algemene voorziening; geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van als de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Zorgverzekeringswet en Wet Passend Onderwijs. 3.. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of diens ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken als het college de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 4.. De voorziening als bedoeld in het derde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. 5.. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing als de ingezette voorziening tot stand is gekomen door een eerste verwijzing van de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts. 6.. Recht op een individuele voorziening bestaat alleen als deze als de goedkoopst en meest adequate voorziening kan worden aangemerkt. 7.. Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of beoordeling van een aanvraag dit vereist. 8.. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een individuele voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel