Naar hoofdinhoud
1.. Een subsidieontvanger mag, na schriftelijke toestemming van het college, een uit subsidiemiddelen opgebouwde: egalisatiereserve aanhouden genaamd “Egalisatiereserve Gemeente Breda”; bestemmingsreserve vormen. 2.. Bij het verzoek om uit subsidiemiddelen een egalisatiereserve of een bestemmingsreserve te mogen vormen, toont de subsidieontvanger onder andere planmatig aan: de stand van de eerder opgebouwde reserves; welke andere financieringsbronnen er zijn naast de subsidie van de gemeente; wat de noodzaak is voor de te vormen reserve; en dat dit gekoppeld is aan de subsidie en past binnen het cultuurbeleid. 3.. Het college kan voorwaarden verbinden aan de egalisatiereserve of bestemmingsreserve. 4.. Als het college toestemming geeft voor het vormen van een egalisatiereserve, dan bedraagt deze voor de subsidieperiode maximaal 20% van het gemiddelde subsidiebedrag per jaar zoals dat in het laatste verleningsbesluit staat. 5.. Als de subsidie wordt verlaagd, dan wordt de maximaal toegestane egalisatiereserve berekend op basis van de verlaagde subsidie. 6.. Als een egalisatiereserve is opgebouwd, moet de subsidieontvanger deze egalisatiereserve gebruiken volgens de voorwaarden uit het verleningsbesluit: om eventuele exploitatietekorten op te vangen; en voor de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die niet kunnen worden bekostigd uit de subsidie; en de subsidieontvanger dient deze reserve gedurende de lopende en indien van toepassing zijnde daaropvolgende subsidieperiode aan te wenden. 7.. Blijkt uit de financiële verantwoording bij het verzoek tot definitieve vaststelling dat een subsidieontvanger een hogere egalisatiereserve heeft dan is toegestaan, dan wordt de subsidie bij de vaststelling verlaagd. 8.. Bij het niet volledig aanwenden van de subsidie in de periode als genoemd in de verleningsbeschikking bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van de meerjarige subsidierelatie, of bij faillissement, surseance van betaling, ontbinding, opheffing of liquidatie betaalt de subsidieontvanger het bedrag van de egalisatiereserve en de bestemmingsreserve direct aan de gemeente terug. 9.. Als een subsidieontvanger een positief resultaat behaalt, wordt bepaald hoe groot het aandeel gemeentelijke subsidie daarvan is. Dit wordt bepaald op basis van het percentage gemeentelijke subsidie (de meerjarige subsidie onder deze Subsidieverordening Cultuur) van het subsidiejaar ten opzichte van de totale baten van de subsidieontvanger in dat jaar. Voor het gemeentelijke aandeel in het uiteindelijke resultaat vraagt de subsidieontvanger toestemming bij het college voor het eventueel bestemmen hiervan.

Rechtspraak bij dit artikel