Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Huurprijzen middenhuurwoningen

Onderdeel van Doelgroepenverordening Gouda

1.. De aanvangshuurprijs voor een middenhuurwoning is tenminste de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag (€ 808,06, prijspeil 2023); 2.. De aanvangshuurprijs voor een middenhuurwoning bedraagt ten hoogste: 1,2 maal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag voor woningen met de gebruiksoppervlakte tot 60 m2 GBO (€ 969,67, prijspeil 2023); 1,3 maal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag voor woningen met de gebruiksoppervlakte van 60 tot 80 m2 GBO (€ 1047,00, prijspeil 2023); 1,4 maal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag voor woningen met de gebruiksoppervlakte van ten minste 80 m2 GBO (€ 1105,00, prijspeil 2023); 3.. De in het eerste en tweede lid bedoelde aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag; 4.. De in het tweede lid bedoelde maximale aanvangshuurprijzen komen te vervallen op het moment dat de maximale huurprijzen worden bepaald door de Rijksoverheid onder de werking van de nieuwe Huisvestingswet en de Wet Betaalbare huur. Op dat moment wordt een maximale aanvangshuurprijs aangehouden zoals opgenomen in die Rijkswetgeving; 5.. De hoogte van huurprijs van een middenhuurwoning dient, gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 9, tweede lid, te blijven vallen binnen de bandbreedte van de bedragen bedoeld in het eerste lid en de bedragen bedoeld in het tweede lid, zulks met inachtneming van het bepaalde in het derde en het vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel