Naar hoofdinhoud
1.. De commissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 leden, de voorzitter daaronder begrepen. Het college kan daarnaast maximaal 2 plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2.. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3.. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: bouw- en architectuurhistorie, landschap, stedenbouw en architectuur (na het van kracht worden van erfgoedbeleid en een erfgoedverordening tevens de discipline erfgoed) 4.. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Rechtspraak bij dit artikel