In dit standplaatsenbeleid wordt een onderscheid gemaakt in verschillende soorten standplaats:
Vaste (mobiele) standplaats
Een standplaats die op een aangewezen locatie tijdens één of meerdere dag(del)en per week voor een langere periode wordt ingenomen.
Periode vergunning
Een vaste standplaatsvergunning wordt verleend voor 15 jaar. Dit is een gemiddelde periode dat standplaatshouders hun investeringen kunnen terugverdienen. Het is bovendien in lijn met gerechtelijke uitspraken en advies van de CVAH met hun rapport “Schaarse vergunningen op de markt”.
Een vaste standplaats kan door meerdere standplaatshouders worden gebruikt wanneer de aanvragen voor een vergunning voor andere dagen in de week of voor een andere periode worden gedaan. Een aanvraag voor een vaste standplaats wordt getoetst door middel van de toetsing en selectie en de weigeringsgronden van de APV.
Seizoensgebonden standplaats
Een tijdelijke standplaatsvergunning voor een bepaalde periode in een jaar.
Voor seizoensgebonden standplaatsen zijn een aantal locaties aangewezen. Daarnaast kan de aanvrager ook zelf een voorstel voor een locatie doen. Deze wordt altijd getoetst aan de bepalingen zoals opgenomen in de APV. Voor alle seizoensgebonden standplaatsen gelden de toetsingsgronden in artikel 1:8 en 5:18 op basis van een kan-bepaling.
Periode vergunning
Een seizoensgebonden vergunning wordt jaarlijks verleend voor een periode wat kan variëren van 4 weken tot 6 maanden. Dit is een redelijke termijn, die aansluit bij de behoefte aan het type product. In de praktijk gaat het veelal om zaken als ijs en oliebollen. De aanvrager kan 1 keer per jaar een aanvraag doen voor een bepaalde locatie.
Incidentele standplaats
Dit betreft een zeer tijdelijke standplaats. Voor incidentele standplaatsen zijn in dit beleid geen locaties opgenomen. De aanvrager kan zelf een voorstel voor een locatie doen. Dit kan vier keer per jaar per organisatie.
Periode vergunning
Voor de incidentele standplaatsen geldt dat een vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal 2 dagen achtereen voor een locatie. Een ondernemer/organisatie kan maximaal vier keer per jaar een aanvraag indienen, met een maximum van één keer per kwartaal. De oppervlakte van de standplaats mag maximaal 10 m² zijn.
In de praktijk gaat het om standplaatshouders die kortdurend hun product willen verkopen of onder de aandacht brengen. Denk hierbij aan promotie- en of verkoop voor marketingdoeleinden.
Voor incidentele standplaatsen gelden de toetsingsgronden in artikel 1:8 en 5:18 van de APV op basis van de kan-bepaling.
Ideële standplaats
Dit zijn standplaatsen met een ideëel karakter op het gebied van sociaal-culturele en/of maatschappelijke activiteiten of activiteiten op het gebied van volksgezondheid.
Deze standplaatsen zijn nooit commercieel. Hieronder inbegrepen is de bus ten behoeve van bevolkingsonderzoek, een bus voor maatschappelijke aspecten (bijvoorbeeld Stoptober) en het verspreiden van het politieke gedachtegoed.
Periode vergunning
Een vergunning wordt verleend voor een bepaalde tijd. In de praktijk gaat het dan om een periode variërend van een dag tot de aangevraagde periode.
Verkoop streekproducten op eigen grond
Voor de verkoop van ter plaatse gekweekte/geteelde streekproducten op eigen perceel vanuit een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel bij een agrarisch bedrijf is er geen vergunning nodig.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Soorten standplaatsvergunningen
Onderdeel van Standplaatsenbeleid 2023 gemeente Wijk bij Duurstede