Indien sprake is van onaanvaardbaar wangedrag of gedrag dat leidt tot onveilige situaties (artikel 7 lid 4 d en e) kunnen burgemeester en wethouders een leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzeggen.
Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden indien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wangedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt. Ouders moeten hun kinderen instrueren zich zo te gedragen dat tijdens het vervoer geen ongeregeldheden ontstaan.
Procedure
Als er sprake is van onaanvaardbaar gedrag of een onveilige situatie en er na aanwijzingen van de chauffeur geen verbetering optreedt, dan stuurt de vervoerder een schriftelijke waarschuwing naar de ouders en maakt melding bij de gemeente, waarbij wordt aangegeven op welke momenten de vervoerder contact heeft gehad met ouders.;
Na de melding door de vervoerder bij de gemeente wordt een onderzoek opgestart. In het kader van dat onderzoek spreekt de contactpersoon van de gemeente met vervoerder, ouders en/of school. Indien blijkt dat het voorval terug te voeren is op de ernstige beperking van de leerling, en dus aan de leerling niet is aan te rekenen, dan wordt met de vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijvoorbeeld begeleiding in het aangepaste vervoer, openbaar vervoer (eventueel met begeleiding) of eigen vervoer). Indien blijkt dat het voorval niet terug te voeren is op de ernstige beperking van de leerling, wordt van de ouders verwacht dat zij de leerling aanspreken op het gedrag.;
Bij een volgende klacht wordt stap 1 herhaald en volgt een tweede waarschuwingsbrief. De gemeente gaat na of begeleiding in het aangepast vervoer tot de mogelijkheden behoort. Als er een begeleider, anders dan de ouders, meegaat en hier kosten aan zijn verbonden, zijn de kosten voor de ouders. Dit wordt schriftelijk bevestigd, zodat de gemeente kan aantonen dat aan de wettelijke zorgplicht passend vervoer aan te bieden voldaan is. Daarbij worden de ouders meteen gewaarschuwd dat de gemeente het aangepast vervoer stopzet als de ouders niet voor begeleiding zorgdragen.;
Bij een derde klacht kan een schorsing per direct volgen, voor een periode van maximaal drie schoolweken. Er wordt een derde brief aan ouders verstuurd, waarin de schorsing wordt medegedeeld.;
Bij een volgende klacht volgt met een vierde brief uitsluiting van het vervoer tot het eind van het schooljaar met een minimum van twaalf weken exclusief vakanties (schorsing aan het eind van het schooljaar kan dus doorlopen in het nieuwe schooljaar).
Bij ernstige incidenten zoals wapenbezit, geweld, bedreiging en vernieling bestaat de mogelijkheid om per direct te schorsen voor een of meerdere dagen (maximaal 3 weken). Dit is ook van toepassing wanneer niet direct kan worden vastgesteld wat er is gebeurd. Ouders ontvangen een brief waarin de schorsing wordt medegedeeld.
Wanneer er kinderen van een andere gemeente betrokken zijn bij de klacht(en) hebben gemeenten overleg met elkaar voordat sancties worden opgelegd.
Artikel 11.
Ontzegging aangepast vervoer
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Zaltbommel 2024