Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Gronden voor het weigeren van een vergunning voor gesloten bodemenergiesystemen binnen de interferentiegebieden Zuid-West en Europaweg

Onderdeel van Beleidsregel gronden weigering vergunning bodemenergiesystemen interferentiegebieden Zuid-West en Europaweg 2023

Op grond van artikel 5.13b lid 9 juncto artikel 2.2a lid 6 van het Besluit omgevingsrecht wordt een omgevingsvergunning voor het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer, dan wel een gesloten bodemenergiesysteem met een bodemzijdig vermogen van minder dan 70 kW dat is gelegen binnen een interferentiegebied geweigerd indien het bodemenergiesysteem zodanige interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem, met inbegrip van een open bodemenergiesysteem waarvoor een vergunning krachtens artikel 6.4, eerste lid, onder b, van de Waterwet is vereist, dat het doelmatig functioneren van een van de desbetreffende systemen kan worden geschaad dan wel anderszins sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie. Bij doelmatig gebruik van bodemenergie gaat het om optimaal gebruik van de potentie van de bodem om energie te leveren. Daarbij gaat het enerzijds om een zo goed mogelijk rendement van een bodemenergiesysteem op een bepaalde locatie (een goed ontwerp en goed beheer zijn bepalend) en anderzijds om de totale energieproductie van meerdere systemen in een gebied. Bij dit laatste gaat het in praktische zin om het voorkomen van negatieve thermische interferentie en om een optimale onderlinge ordening van bodemenergiesystemen. Van ondoelmatig gebruik van bodemenergie in de interferentiegebieden Zuid-West en Europaweg is in ieder geval sprake indien niet wordt voldaan aan de volgende regels. Regels voor gesloten bodemenergiesystemen Gesloten bodemenergiesystemen mogen uitsluitend geplaatst worden op eigen perceel; De verticale bodemlussen van gesloten bodemenergiesystemen mogen tot een diepte van maximaal 100 meter minus maaiveld worden geplaatst. Regels voor open bodemenergiesystemen Een open bodemenergiesysteem dient uitgevoerd te worden als mono-bron; Een mono-bron mag uitsluitend geplaatst worden op eigen perceel; Het koude filter wordt boven het warme filter gerealiseerd; De bovenzijde van het warme filter wordt dieper dan 150 m -mv geplaatst; De verhouding filterlengte/thermische straal is minimaal 0,5; Een mono-bron is bodemzijdig in thermische balans. De totale hoeveelheid bodemzijdig opgeslagen warmte over de laatst 5 jaar dient gelijk te zijn aan de totale hoeveelheid opgeslagen kou in deze periode met een afwijking van maximaal 10 procent koude-overschot.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel