**1..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een rolstoelvoorziening, vervoersvoorziening en/of woonvoorziening is maximaal de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura conform de prijsafspraken met de gecontracteerde leveranciers.
**2..** Het pgb wordt achteraf betaald aan de budgethouder nadat de factuur en het betalingsbewijs zijn overlegd en gebleken is dat de voorziening overeenkomstig de toekenning is aangeschaft. Wanneer de aanschafwaarde lager ligt dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de voorziening uitbetaald.
**3..** De maximale hoogte van de uitbetaling voor de instandhoudingskosten wordt bepaald aan de hand van de maximale instandhoudingskosten voor de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura.
**4..** De cliënt kan jaarlijks de instandhoudingskosten, achteraf, declareren bij de gemeente gedurende de technische levensduur van de voorziening. De hoogte van het pgb voor de instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten.
**5..** De technische levensduur voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen is vastgesteld op 7 jaar; voor sanitaire woonvoorzieningen en kindervoorzieningen is de technische levensduur vastgesteld op 5 jaar.
**6..** Bij rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en/of woonvoorzieningen waarvoor geen overeenkomst is afgesloten met een leverancier wordt een pgb toegekend ter hoogte van een door het college goedgekeurde offerte voor aanschaf en instandhoudingskosten. De hoogte van het pgb voor instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser 2024