Het woonwagenbeleid moet bijdragen aan de gemeentelijke visie zoals hierboven genoemd en wordt daarom onderdeel van het huisvestingsbeleid. We voegen het woonwagen- en standplaatsenbeleid toe aan ons reguliere huisvestingsbeleid, de Woonvisie. Het beleid houdt rekening met mensenrechten en heeft aandacht voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners.
Het woonwagenbeleid is gebaseerd op het beleidskader BZK en is aangevuld met aanbevelingen voortkomend uit het adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’. Dat rapport is opgesteld door de interbestuurlijke werkgroep ‘versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen’ (BZK). Hierin staat onder andere dat er een integraal beleid nodig is dat over méér dan alleen standplaatsen gaat. Mede op basis van het beleidskader BZK en het adviesrapport zijn onderstaande voorwaarden voor het uitwerken van het woonwagenbeleid opgesteld:
De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van de nog vast te stellen Woonvisie;
Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners;
Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is;
Corporaties voorzien in de (sociale) huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot hun primaire doelgroep behoren;
De gemeente zorgt voor koopstandplaatsen voor geïnteresseerde standplaatszoekenden die de kosten voor koop én een eigen woonwagen kunnen financieren.
De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen;
Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats.
De op termijn vrijkomende standplaatsen worden toegewezen volgens de toewijzingsverordening. De gemeente beheert de lijst met standplaatszoekenden, houdt de inschrijvingen bij en kent de standplaatsen toe.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.b
Voorwaarden landelijk beleid Ministerie BZK
Onderdeel van Woonwagen- en standplaatsenbeleid