Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen gemeente Alkmaar

In deze verordening wordt verstaan onder: Standplaats: een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub C van de Woningwet. Woonwagen: zijnde een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B van de Woningwet. Een prefab-woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in deze verordening ook gezien als woonwagen. Een versteende woonvorm geplaatst op een woonwagenstandplaats wordt in deze verordening ook gezien als woonwagen. Huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats (en eventuele huurwoonwagen), waarin de huurbepalingen zijn geregeld; Hoofdbewoner: het hoofd van de standplaatszoekende dan wel standplaatsinnemende huishouding. Huishouden/huishouding: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren. Inkomensgrens: het jaarlijks door het ministerie van Binnenlandse Zaken vastgestelde inkomens- en huurprijsgrenzen voor sociale huurwoningen (waaronder standplaatsen en woonwagens). Standplaatszoekende: huishouden dat in het toewijzingssysteem (Lijst ingeschreven standplaatszoekenden) is ingeschreven en in aanmerking wenst te komen voor een standplaats (en eventuele woonwagen). Lijst ingeschreven standplaatszoekenden: een lijst met geregistreerde standplaatszoekenden, waarin per standplaatszoekende de op enig moment opgebouwde punten wordt bijgehouden. De toewijzing van een vrijgekomen woonwagenstandplaats (en woonwagen) geschiedt aan de hand van de Lijst ingeschreven standplaatszoekenden. Spijtoptant: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente Alkmaar is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken. Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen dan wel moeten hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur, wat kan worden vastgesteld doordat de inschrijver de adresgegevens van hemzelf, diens ouders of grootouders op het inschrijfformulier vermeldt, waarna burgemeester en wethouders met behulp van de BRP toetsen of het genoemde adres van standplaatszoekende, ouders of grootouders een woonwagenlocatie betrof. Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Gereserveerde mantelzorg: Mantelzorg, anders dan mantelzorg als onder onderdeel K bedoeld, geboden door de ouder of het (klein)kind van de direct of in de toekomst hulpbehoevende bewoner, ten behoeve van de zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt. De huurder van een standplaats waarop een eigen woonwagen is geplaatst kan een (klein)kind of ouder aanwijzen die als mantelzorger fungeert. Standplaatshouder: de standplaatszoekende aan wie door burgemeester en wethouders een standplaatsvergunning is verleend. Woonwagenlocaties van de gemeente Alkmaar: Bestevaerstraat Mondriaanstraat Scheldestraat Eerstegraads familieleden: partner, ouders, schoonouders, kinderen, schoonzoons, schoondochters, mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel. Tweedegraads familieleden: broers, zussen, kleinkinderen, opa’s, oma's, schoonzussen, zwagers, stiefzussen, stiefbroers, mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel. Derdegraads familieleden: ooms, tantes, neven, nichten, overgrootouders, achterkleinkinderen, mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel.

Rechtspraak bij dit artikel