Lid 1
Burgemeester en wethouders verlenen aan de standplaatszoekende aan wie een standplaats wordt toegewezen een standplaatsvergunning.
Lid 2
De standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:
een aanduiding van de standplaats en de aangewezen locatie waarop deze kan worden ingenomen.
de naam van de hoofdbewoner aan wie de standplaatsvergunning is verleend.
het aantal personen dat de standplaats in gebruik neemt.
Lid 3
Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de standplaatsvergunning.
Lid 4
De standplaatsvergunning vervalt:
een maand nadat de standplaatshouder schriftelijk aan burgemeester en wethouders heeft medegedeeld geen gebruik meer te willen maken van de standplaats.
onmiddellijk na beëindiging van de voor de standplaats aangegane huurovereenkomst of koopovereenkomst.
Lid 5
Bij overlijden van de standplaatshouder kunnen burgemeester en wethouders de standplaatsvergunning op naam stellen van een achterblijvend persoon, mits deze persoon op de datum van overlijden van de standplaatshouder op hetzelfde adres als de overledene in de gemeentelijke basisregistratie personen stond geregistreerd.
Lid 6
Burgemeester en wethouders kunnen de standplaatsvergunning intrekken indien:
de standplaatshouder niet binnen de in de standplaatsvergunning vermelde termijn de standplaats heeft ingenomen.
een ander dan de standplaatshouder de standplaats inneemt.
de standplaatsvergunning is verleend op grond van door de standplaatshouder verstrekte gegevens waarvan de ze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
de standplaatshouder in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening en/of de aan de standplaatsvergunning verbonden voorschriften.
Artikel 9
Standplaatsvergunning
Onderdeel van Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen gemeente Alkmaar