Geen haven-, lig-, kade-, en opslaggeld wordt geheven van:
vaartuigen, in directe dienst van de gemeente;
rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst;
hospitaalschepen, of vaartuigen die als zodanig dienstdoen;
vaartuigen, gebruikt voor de reddingsbrigade;
vaartuigen, gebruikt voor het uitbaggeren van de havens en de vaargeul;
vaartuigen, waarvan de schipper aantoont, dat wegens ernstige familieomstandigheden van de haven of de kade gebruik wordt gemaakt, mits niet wordt geladen en/of gelost;
vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of weersgesteldheden of de lage waterstand zijn gedwongen langer dan zeven achtereenvolgende dagen in de haven of aan de kade te verblijven, mits niet wordt geladen en/of gelost, met dien verstande, dat over de eerste zeven achtereenvolgende dagen normaal havengeld wordt geheven volgens het geldende tarief;
lichterschepen, als vaartuigen bij laag water of als gevolg van averij verplicht zijn hun lading door middel van deze schepen te lossen.