Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening Midden-Delfland

1.. De begroting en de jaarstukken bestaan uit de programma's en de verplichte paragrafen. 2.. In de begroting en de jaarstukken worden per programma begrote respectievelijk gerealiseerde lasten en baten per beleidsveld weergegeven. 3.. In de begroting en de jaarstukken worden per programma de begrote respectievelijk gerealiseerde investeringen onder ieder beleidsveld weergegeven. 4.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Daarnaast wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 5.. Het college verzoekt de gemeenteraad in principe vóór 1 januari van het volgende jaar, bij het niet volledig besteden van specifieke exploitatiebudgetten, het overgebleven bedrag toe te voegen aan het exploitatiebudget van het volgende jaar. Het college geeft daarbij aan op welke budgetten of projecten het verzoek betrekking heeft. 6.. De in de begroting en jaarrekening opgenomen verschillenanalyses worden van een toelichting voorzien, als er sprake is van een verschil in de lasten of baten per taakveld van € 50.000,- of meer. 7.. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000,- afzonderlijk gespecificeerd. 8.. Het college kan in de jaarrekening tussentijdse winstnemingen van grondexploitaties opnemen. Voor de berekening van de omvang van die winstneming wordt uitgegaan van de aanbeveling van de commissie BBV hierover.

Rechtspraak bij dit artikel