In aanvulling op artikel 15 ASV dient de aanvrager voor de vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van de activiteiten genoemd in artikel 2, lid e de volgende bewijsstukken in:
het bestede bedrag;
de hoogte van het bedrag wat doorgeschoven wordt naar het volgende kalenderjaar waar de subsidie voor kan worden aangevraagd (tot een maximaal van 25%);
het aantal hulpvragen dat is behandeld door het IDO;
het aantal leermiddelen dat is ingezet door het IDO.