Naar hoofdinhoud
1.. Het college verleent aan de directeur mandaat voor het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen welke nodig zijn ter uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst en aanvullende opdrachten welke tussen de provincie Utrecht en de RUD Utrecht gesloten is. 2.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten tot de intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 18.10 Omgevingswet. 3.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 4.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten om namens de provincie, provinciale staten of het college rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren. 5.. De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, in ondermandaat verlenen aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel