In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag voor de in de B.6 genoemde rechten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,- en het om jaarlijks terugkerende onderhoudskosten gaat zoals voor het onderhoud van de begraafplaats en het onderhoud van de grafdekking en/of monumenten op eigen graven waarvoor vergunning is verleend en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later;
De overige rechten moeten worden voldaan binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijn van betaling
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 gemeente Aalsmeer