Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
deze verordening te herinneren;
een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
afronden.
Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,
dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de
voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het
aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering
sluiten.
De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
ontzeggen.
Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo
nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van
zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2
Artikel 22
- Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van verordening op de raadscommissies 2010-2014