Reserves
Alle mutaties in de reserves behoeven goedkeuring van de raad. De goedkeuring geeft u gedurende het jaar, continue sturing.
Op grond van art. 43 van het BBV moeten de reserves op de balans worden onderscheiden in twee categorieën;
De algemene reserve: is het totaal van alle gereserveerde middelen die niet tot een bestemmingsreserve behoren en,
De bestemmingsreserves: een reserve waaraan de raad een bestemming heeft gegeven. Deze bestemmingen kunnen op basis van een raadsbesluit aangepast worden.
Algemene reserve
De algemene reserve is nodig om voor het opvangen van onverwachte tegenvallers en risico’s. In de kadernota 2015 is besloten dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 0,6 moet zijn, maar dat er gestreefd wordt naar een waarde van minimaal 1.
Voor de algemene reserve is de minimale omvang op 10% van de begrotingsuitgaven gerekend over de begrotingen van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting wordt opgesteld.
Aan beide eisen moet worden voldaan.
Inzetten middelen uit de algemene reserve
Het inzetten van een surplus 1Wat overblijft in de algemene reserve nadat de minimale hoogte voor de weerstandscapaciteit is bereikt. Met andere woorden, het is het bedrag boven de minimale vereiste hoogte dat niet nodig is als buffer voor toekomstige risico’s en dus beschikbaar is als extra middelen of reserves. moet weloverwogen worden genomen. Het uitputten van de algemene reserve kan op lange termijn financiële problemen opleveren. Het surplus van de algemene reserve bestaat uit het deel boven de minimaal vastgestelde hoogte dat geen onderdeel uitmaakt van de benodigde weerstandscapaciteit.
Binnen de gestelde regels bestaan voor het inzetten van de algemene reserve de volgende mogelijkheden.
Ter dekking van incidentele onvoorziene kosten of stimuleringsregelingen (incidenteel).
Ter dekking van afschrijvingskosten van investeringen met een maatschappelijk nut of een deel daarvan (structureel).
Verlaging van lokale lasten voor burgers.
Enkele voorbeelden daarvan zijn:
Financiele noodsituaties, bijvoorbeeld schade aan infra door een ramp.
Investeringsprojecten, bijvoorbeeld maatschappelijk vastgoed zoals de bouw van een zwembad of bibliotheek.
Schuldenaflossing, bijvoorbeeld het eerder terugbetalen van leningen die zijn afgesloten voor investeringsprojecten of het aflossen van leningen.
Incidentele stimuleringsmaatregelen, economisch dan wel maatschappelijk, bijvoorbeeld tegemoetkoming van hoge energielasten of het geven van financiële steun bij een epidemie.
Inzetten van de algemene reserve voor zowel kortere als langere periode is mogelijk zolang dat past binnen de kaders van de regelgeving en de standpunten van de provincie.
Belangrijk om te benadrukken blijft dat het gebruik van de algemene reserve verantwoord moet gebeuren en dat er voldoende aandacht moet zijn voor het behoud van een gezonde financiële positie van de gemeente op de langere termijn.
Bestemmingsreserves
De verschillende bestemmingsreserves die in Deurne gebruikt kunnen worden, worden hieronder toegelicht.
Bestemmingsreserve GREX: Deze reserve is een buffer voor de financiële risico’s die samenhangen met de grondexploitatie. De reserve wordt gevoed door positieve eindresultaten van de grondexploitaties. Nadelen op exploitaties worden verrekend met deze reserve door een afdracht aan de voorziening verlieslatende exploitaties.
Bestemmingsreserves OVERIG: zijn bestemd voor aanwending in de toekomst waarbij op het moment van vorming van de reserve nog geen verplichting bestaat. Het doel ligt vast maar kan door de raad gewijzigd worden.
Bestemmingsreserve afschrijvingen OBRA (overige bestemmingsreserves afschrijvingen): reserves die een relatie hebben met een investering in de openbare ruimte en met economisch nut. Omdat het BBV voorschrijft dat reserves niet rechtstreeks in mindering mag worden gebracht op deze investeringen, worden de jaarlijkse afschrijvingslasten op deze manier gedekt. Het veranderen van een dergelijke reserve is mogelijk, maar heeft directe gevolgen omdat de lasten niet wegvallen en op een andere manier gedekt moeten worden.
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen en bestaan uit nog te verwachten verplichtingen. Iedere organisatie treft voorzieningen om in de toekomst te kunnen voldoen aan financiële verplichtingen en om inzichtelijk te hebben wat voor invloed dit heeft op de financiële positie. Het college en de raad hebben geen bevoegdheden voor het onttrekken en toevoegen van gelden aan deze voorzieningen. Dit gebeurt door de organisatie.
Op grond van art. 44 van het BBV moeten voorzieningen worden gevormd wegens:
Een redelijkerwijs in te schatten verplichting of verlies, bijvoorbeeld voorziening wachtgeld (BBV art. 44.1A)
Een redelijkerwijs in te schatten financieel risico, bijvoorbeeld de voorziening dubieuze debiteuren, oninbare posten (BBV art. 44.1B)
Egaliseren van lasten, zoals groot onderhoud die gebaseerd zijn op onderhouds-, en vervangingsplannen. De voorziening zorgt voor een gelijkmatige (egaliseren) verdeling van de kosten over een aantal begrotingsjaren (BBV art. 44.1C)
De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut waarvoor een heffing wordt geheven. Bijvoorbeeld vervanging van riool of afval (BBV art. 44.1D)
Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. (BBV art. 44.2) Onder derden vallen geen overheden, zoals Rijk, Provincie, EU en waterschappen.
Uitgangspunten bij het instellen van een bestemmingsreserve:
Voordat een bestemmingsreserve (kapitaallasten) wordt ingesteld, moet beoordeeld worden of de investering na de afschrijvingsperiode vervangen kan worden en of de vervangingskosten uit de exploitatie kunnen worden betaald.
Minimale omvang bij het instellen van een bestemmingsreserve is € 50.000. Hiermee wordt voorkomen dat kleine, niet-materiele bedragen leiden tot een grote hoeveelheid van kleine bestemmingsreserves.
Instellen en muteren van reserves gebeurt via een raadsbesluit. Bij het instellen van een reserve moet het volgende worden vermeld, zonder deze gegevens is het instellen van reserve niet mogelijk;
Het (specifieke) doel van de reserve,
Onderbouwing van de reserve,
Benodigde hoogte van de reserve, met onderbouwing,
De maximale looptijd.
Verschil tussen een reserve en een voorziening
Een bestemmingsreserve maakt onderdeel uit van het eigen vermogen, is vrij aanwendbaar en wordt ingesteld door een besluit van de gemeenteraad. Een voorziening maakt onderdeel uit van het vreemd vermogen, is niet vrij aanwendbaar en is gevormd door het nemen van een last in de exploitatie.
Het BBV legt het onderscheid tussen (bestemming)reserves en voorzieningen bij de mogelijkheid dat de raad de bestemming van reserves kan wijzigen. Uitzondering hierop vormt de bestemmingsreserve die aangehouden wordt voor de dekking van afschrijvingslasten van activa die reeds in het bezit zijn van de gemeente. Het veranderen van de bestemming van deze laatste categorie heeft immers gevolgen voor de (dekking in de) exploitatie. Het wijzigen van de bestemming bij een voorziening is niet mogelijk.
Samenvattend
Omschrijving
Reserve
Voorziening
Wijziging bestemming
Mogelijk
Niet mogelijk
Onderdeel van het
Eigen Vermogen
Vreemd vermogen
Toevoegingen
Resultaatbestemming
(Raadsbesluit vereist)
Resultaatbepaling
Onttrekking
Resultaatbestemming
(Raadsbesluit vereist)
Worden direct in mindering gebracht op de voorziening
Vrije aanwendbaarheid
Ja (raadsbesluit vereist)
Nee, slechts voor betreffende doel
Financieel onderbouwd
Niet noodzakelijk, maar zeker gewenst
Ja
Weerstandscapaciteit
De gemeente Deurne rekent de volgende componenten tot de (beschikbare) weerstandscapaciteit
Algemene reserve
Post onvoorzien
Onbenutte belastingcapaciteit
Bestemmingsreserves worden hiertoe niet gerekend omdat hier al een bestemming aan is toegekend.
De beschikbare weerstandscapaciteit zijn middelen die de gemeente ter beschikking heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen.
Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit wordt door de afdelingen bij het opmaken van de jaarrekening en begroting de risico’s in kaart gebracht. Het totaal van deze netto risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit.
De verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit is het weerstandsvermogen.
De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt berekend:
Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/ benodigde weerstandscapaciteit
Vanuit het Rijk en/of de provincie (toezichthouder) zijn er geen normen voor het weerstandsvermogen. Onderstaande normen zijn algemeen aanvaard bij de gemeentelijke en provinciale overheden.
Waardering
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende