Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Werkwijze

Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamer Zaltbommel 2024

1.. Als onderdeel van het Reglement van Orde zoals bedoeld in artikel 81i lid 1 Gemeentewet, stelt de rekenkamer een onderzoeksprotocol vast voor de onderzoekswerkzaamheden en wijze van communiceren over het onderzoek. 2.. De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 3.. De rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 4.. De rekenkamer is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken. 5.. De rekenkamer vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 6.. De rekenkamer vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 5.1 van de Wet openbare overheid kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 7.. De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 8.. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamer, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 9.. De rekenkamer stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de rekenkamer kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 10.. Na vaststelling door de rekenkamer worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 11.. De raad evalueert het functioneren van de rekenkamer tenminste eenmaal in de zittingsperiode van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel