Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een eigenaar van een gemeentelijk monument een bijdrage toekennen in de subsidiabele onderhoudskosten indien daartoe bestemde middelen dit toelaten. 2.. Indien de in lid 1 bedoelde gelden zijn uitgeput moeten burgemeester en wethouders de aanvraag om subsidie afwijzen. 3.. De bijdrage in de subsidiabele onderhoudskosten bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele onderhoudskosten (incl. BTW) tot een maximum bedrag van € 2.500,- éénmaal per vijf jaar. 4.. De in lid 1 bedoelde kosten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien het monument waaraan het onderhoud zal geschieden in zodanige staat van onderhoud verkeert, dat burgemeester en wethouders het verrichten van onderhoud zinvol achten. 5.. Bij onderhoudssubsidies worden geen voorschotten verleend. 6.. De subsidiabele onderhoudskosten worden bepaald aan de hand van beoordeling op noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid en de bepalingen in de bouw- en de erfgoedverordening. 7.. De uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt bepaald en uitbetaald nadat de werkzaamheden conform subsidieverlening zijn uitgevoerd, gereed gemeld en akkoord zijn bevonden. 8.. De uitbetaling van de subsidie geschiedt uitsluitend op een door de eigenaar opgegeven bankrekeningnummer. 9.. Aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

Rechtspraak bij dit artikel