Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2.5.

Maatwerkvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024

Het is aan het college om een maatwerkvoorziening te verstrekken, ter bevordering van de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt, voor zover er geen andere oplossingen voor de hulpvraag vóórliggen. Uitgangspunt voor een Wmo-verstrekking is niet louter de diagnose of beperking van de cliënt. De Wmo 2015 betrekt uitdrukkelijk ook de eigen mogelijkheden van de cliënt of zijn sociale netwerk bij de oplossing van zijn probleem. Het college ondersteunt de cliënt waar hij beperkingen ervaart in zijn zelfredzaamheid en participatie in het maatschappelijk verkeer, indien alle voornoemde mogelijkheden de problemen niet kunnen oplossen. In artikel 7 van de Verordening Wmo 2022 zijn de criteria om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening omschreven. Maatwerk is het op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen, vervoersmiddelen, beschermd wonen en opvang en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, hulpmiddelen en andere maatregelen; ten behoeve van beschermd wonen en opvang. Ondersteuning in de vorm van dienstverlening kan plaatsvinden in arrangementen binnen één of meer resultaatgebieden (artikel 8 van de Verordening Wmo 2022). De resultaatgebieden kunnen in verschillende intensiteiten worden toegekend. De handleiding ‘Resultaatgericht indiceren’ geeft richtlijnen voor het vaststellen van de resultaatgebieden en de intensiteit van de zwaarte van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel