Als na de melding verdere vraagverheldering of verdieping nodig is, zal de consulent eerst een vooronderzoek doen naar de al beschikbare informatie binnen de gemeente. Daarna kan het gesprek worden gevoerd. De cliënt kan zich laten bijstaan door zijn mantelzorger en/of een cliëntondersteuner. Uitgangspunt bij het gesprek is de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt om het probleem zelf of met steun van zijn omgeving op te lossen.
Van belang is dat goed in kaart wordt gebracht wat iemands problemen zijn, wat zijn leefomstandigheden zijn en zijn sociale omgeving is en wat de mogelijke oplossingen daarvoor zijn. Het onderzoek moet plaatsvinden in samenspraak met de inwoner.
Het onderzoek volgt de volgende stappen die zijn vastgesteld door de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2018:819):
Stap 1: Na de melding dient eerst de precieze hulpvraag te worden geduid.
Stap 2: Er wordt bepaald wat de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie zijn.
Stap 3: De aard en omvang van de ondersteuning die nodig om de client in voldoende mate zelfredzaam te laten zijn en te participeren en om de client zich weer (zelfstandig) staande kan houden in de samenleving, wordt in kaart gebracht.
Stap 4: De mogelijkheid om met behulp van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk of een algemene voorzieningen de beperkingen in zelfredzaamheid of participatie te voorzien in een oplossing wordt onderzocht.
Stap 5: Voor zover in het individuele geval noodzakelijk geacht, wordt specifieke deskundigheid ingeschakeld.
Stap 6: Vervolgens dient geconcludeerd te worden of er door het college nog een deel van de hulpvraag gecompenseerd moet worden.
stap 7: De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in een verslag dat aan de client wordt verstrekt.
In artikel 2.3.2 Wmo 2015 staat welke zaken onderzocht moeten worden:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger(s) van de cliënt;
de mogelijkheden van algemene voorzieningen om te komen tot verbetering van zelfredzaamheid en participatie;
het noemen van de eigen bijdrage
Algemene aandachtspunten bij het gesprek:
Goed inschatten van eigen mogelijkheden inwoner (zelfinzicht, onder/overschatting).
Belastbaarheid van de mantelzorger.
de keuzemogelijkheid voor verstrekking via zorg in natura of in de vorm van een pgb. Als een cliënt voor een pgb kiest, wordt uitleg gegeven over de procedure die daarvoor doorlopen dient te worden. Cliënten moeten vooraf goed weten welke verantwoordelijkheden een pgb met zich meebrengt.
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
Toelichten hoe proces verder verloopt, wat kan iemand verwachten en wanneer?
het opstellen van een zorgplan door cliënt en de beoogde zorgaanbieder bij een maatwerkvoorziening (dienst). Indien de cliënt een persoonsgebonden budget (dienst) wenst, dient hij hiervoor een budgetplan in te leveren. Zie onder punt 3.2.6.2.
Identificeren
De cliënt verstrekt bij het aanvragen van een maatwerkvoorziening desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Tijdens het onderzoek wordt de identiteit van de cliënt vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Doorzenden
Als uit het gesprek blijkt dat een aanvraag door een ander bestuursorgaan behandeld moet worden of als de cliënt een verzoek heeft ingediend bij de verkeerde gemeente heeft de gemeente een doorzendplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (artikel 2:3 Awb).
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.2.4.
Het onderzoek inclusief gesprek
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024