Naar aanleiding van een gesprek tussen de gemeente en de cliënt (met cliëntondersteuning als de cliënt dat wenst) wordt een ondersteuningsplan opgesteld met daarin concreet wat het te behalen resultaat is met de maatschappelijke ondersteuning. In het ondersteuningsplan (het ‘wat’) worden de maatwerkvoorzieningen benoemd in resultaatgebieden (diensten) of in niet-diensten (materieel).
In het ondersteuningsplan staan de doelen die op eigen kracht en de doelen die met ondersteuning behaald worden, andere wetgeving, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen eventueel aangevuld met een of meerdere maatwerkvoorzieningen. Wmo-voorzieningen maken deel uit van het arrangement dat in het ondersteuningsplan is beschreven maar worden niet opgenomen in het zorgplan. Een arrangement bestaat uit meerdere voorzieningen.
Een cliënt kan een arrangement op meerdere te behalen resultaatgebieden toegewezen krijgen. Per resultaatgebied kan een andere trede (zorgzwaarte) van inzet geïndiceerd worden. De treden van de inzet zijn onderscheidend van elkaar in termen van mate van zelfredzaamheid op het specifieke resultaatgebied. De trede wordt in het ondersteuningsplan aangegeven.
Indiceren geschiedt op basis van de handleiding ‘Resultaatgericht indiceren’. De handleiding geeft richtlijnen waarop de resultaatgebieden en de intensiteit van de zwaarte van de ondersteuningsvraag wordt vastgesteld om de ondersteuningsbehoefte van de cliënt vast te stellen. Deze handleiding is een werkinstructie en geen formeel vastgesteld stuk.
De indicatie kan zo nodig voor een bepaalde tijd worden afgegeven om te kunnen beoordelen of het doel wordt behaald. Ook tussentijds kan het Zorgloket de behaalde doelen evalueren en beoordelen of ze behaald worden. Dit is onderdeel van het ondersteuningsplan.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.2.6.1.
Ondersteuningsplan
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024