Kortdurend Verblijf draagt ertoe bij dat de cliënt in een veilige omgeving kan vertoeven zodat de thuissituatie/ de mantelzorger tijdelijk wordt ontlast. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn:
het in groepsverband ondernemen van dagactiviteiten
het in groepsverband toepassen van sociale vaardigheden
het ontlasten van de thuissituatie
Permanent toezicht, gericht op:
Het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, en/of complicaties bij een ziekte. Verpleging hoort hier nadrukkelijk niet bij; hiertoe moet een aparte indicatie worden aangevraagd en dit loopt via de Zvw.
Het verlenen van zorg op frequente en/of ongeregelde tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen;
Het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar).
Kortdurend verblijf omvat een huisvestingscomponent (logeren op locatie), de maaltijden, drinken en activiteiten, en het component zorg en verpleging, niet declarabel bij Zvw. Het gaat om kortdurend verblijf ter ontlasting van de thuissituatie/de mantelzorger.
De aanbieder wijst een coördinator aan voor de verbinding met de Toegang H4. De aanbieder is in staat om de afweging te maken of er sprake is van het bieden van respijtzorg in het kader van de Wmo. De aanbieder hanteert hierbij de afbakening met de Zvw en de Wlz.
Bij Kortdurend Verblijf woont een cliënt thuis, maar logeert hij/zij voor korte periodes, in een
instelling. Kortdurend Verblijf kan worden ingezet als het noodzakelijk is de persoon te ontlasten die normaal gesproken (mantel)zorg aan de cliënt levert. Daarnaast moet de cliënt zijn aangewezen op zorg met permanent toezicht. Het toezicht kan gericht zijn op:
het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, en/of complicaties bij een ziekte; Verpleging hoort hier nadrukkelijk niet bij; hiertoe moet een aparte indicatie worden aangevraagd en dit loopt via de Zvw.
het verlenen van zorg op frequente en/of ongeregelde tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen;
het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar).
In de locatie waar de cliënt kortdurend verblijft wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is moet hiervoor apart een indicatie worden afgegeven en komt het ten laste van de zorgverzekeringswet. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf.
Als een cliënt deelneemt aan een ontmoetingscentrum en tijdelijk gebruik maakt van Kortdurend Verblijf, dan is deelname aan het ontmoetingscentrum gedurende het verblijf niet toegestaan. Dit in verband met de stapeling van ondersteuning.
Als richtlijn voor kortdurend verblijf kunnen maximaal 3 etmalen in een week toegekend worden. Als er meer etmalen nodig zijn, wordt gekeken of de Wlz passender voor de cliënt is.
Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld bij verblijf van een week, zodat de mantelzorger op vakantie kan. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals een respijtzorgvergoeding door de ziektekostenverzekeraar geen optie zijn.
Vervoer van en naar instelling
De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor Kortdurend Verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp bij zijn vervoer uit het eigen sociale netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer, wordt gekeken welke oplossing mogelijk is. Wordt gekozen voor een oplossing vanuit de Wmo, dan wordt daar een indicatie voor afgegeven.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 5.3.1
Kortdurend Verblijf
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024