Het hoofdverblijf is de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en
in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven, of;
zal staan ingeschreven, of;
het feitelijke woonadres als de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven.
De gemeente waar de woning staat, dient ondersteuning te bieden, behalve in de situatie waarin de persoon uit de Wmo-doelgroep verhuist van de ene gemeente naar een andere gemeente. Een aanvraag voor een maatwerk-woonvoorziening in de vorm van een verhuizing en (her) inrichting, wanneer dit niet anderszins kan worden opgelost, behoort tot de ondersteuning van de vertrekgemeente.
De CRvB oordeelt dat het college uitsluitend personen moet compenseren die in de betreffende gemeente woonplaats hebben. Een persoon kan niet in meerdere gemeenten tegelijkertijd zijn woonplaats hebben. De vraag waar iemand zijn woonplaats heeft, is afhankelijk van concrete feiten en omstandigheden. Doorgaans zal een bewoner van een Wlz-instelling woonplaats hebben in de gemeente waar de Wlz-instelling staat. Deze gemeente is dan verantwoordelijk voor het compenseren (ECLI:NL:CRVB:2010:BO0285).
In het kader van het bezoekbaar maken is geen ruimte om het wonen in een gewone woning op een lijn te stellen met verblijf in een Wlz-instelling (ECLI:NL:CRVB:2007:BA5310).
HOOFDSTUK 6.
Artikel 6.1.6.1
Hoofdverblijf
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024