Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren:
voor zover de kosten van het betrekken van de diensten hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening (artikel 2.3.6 lid 5 van de wet). Wel is het mogelijk dat de cliënt zelf de meerkosten betaald als de wensen van de cliënt de kosten hoger maken dan de kosten voor de maatwerkvoorziening;
Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer (dan is het beëindigen ipv weigeren) plaats als:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de budgethouder en/of zijn pgb-vertegenwoordiger problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb;
er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een pgb in het verleden;
er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
als het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d en e van de wet. Er zijn dan onjuiste gegevens verstrekt of er wordt niet voldaan aan het doel waar het pgb voor is bedoeld;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was;
als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder of de pgb- vertegenwoordiger problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. Dan wordt overwogen of een pgb wel de juiste leveringsvorm is voor de maatwerkvoorziening.
Het college verstrekt geen pgb als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals een situatie waarbij acute opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, Het college kan een tijdelijke maatwerkvoorziening verstrekken in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 3.2.6. of de aanvraag van cliënt.
Het college verstrekt geen pgb voor zover deze is bedoeld voor bemiddelings- of administratiekosten of een combinatie hiervan, in verband met de aanvraag of uitvoering van het pgb, of een combinatie hiervan, al dan niet in combinatie met de kosten van de pgb-beheerder.
Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning van een pgb-aanbieder die fraude heeft gepleegd.
Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning van een zorgverlener indien er twijfels zijn over de integriteit van de zorgverlener, wat zich in ieder geval voordoet indien de zorgverlener:
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen;
verdacht is geweest van strafbare feiten dan wel daarvoor veroordeeld is geweest;
bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen;
bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom;
er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden;
zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie.
Situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel:
de budgethouder/pgb-vertegenwoordiger handelingsonbekwaam is;
de budgethouder/pgb-vertegenwoordiger niet over voldoende organisatie - en regelvermogen en verantwoordelijkheidsbesef beschikt;
de budgethouder/pgb-vertegenwoordiger als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht heeft in de situatie;
er sprake is van verslavingsproblematiek bij de budgethouder/pgb-vertegenwoordiger
er sprake is van schuldenproblematiek bij de budgethouder/pgb-vertegenwoordiger
er is sprake van een situatie waarin het pgb wordt besteed aan een persoon die tot de leefeenheid van de cliënt behoort en die de hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is vanwege (dreigende) overbelasting;
er eerder misbruik/fraude gemaakt is (van het pgb) door de budgethouder/ pgb- vertegenwoordiger.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Deze situaties vereisen altijd een individuele afweging. In deze situaties kan een pgb worden geweigerd. Om een pgb af te wijzen op contra-indicaties, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn waarop het afwijzingsbesluit is gebaseerd. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld (artikel 10 van de Verordening Wmo 2022).
HOOFDSTUK 7.
Artikel 7.4
Weigeringsgronden voor het verstrekken van een pgb
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024