Als een materiële voorziening nodig is, kan die in natura maar ook in de vorm van een pgb verstrekt worden. Daarbij kan gedacht worden aan woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen (inclusief een tegemoetkoming), hulpmiddelen, etc.
Client is dan zelf verantwoordelijk voor het inkopen van de individuele voorziening of hulpmiddel én het onderhoud, de reparaties en de verzekering van het hulpmiddel.
Programma van eisen
Wanneer de cliënt kiest voor een pgb krijgt hij na indicatie bij de beschikking een programma van eisen (PvE) waar de voorziening aan moet voldoen. De cliënt kan op basis van dit PvE zelf de voorziening aanschaffen. Als de cliënt een andere voorziening wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de cliënt aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren zoals in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen.
Duur van de toekenning
De voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend voor een periode die afhankelijk is van de gebruikelijke levensduur van de voorziening. De periode waarvoor de voorziening wordt toegekend zal beschreven worden in de beschikking. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald op basis van de vastgestelde levensduur van de voorziening. Voorbeelden van technische levensduur zijn:
7 jaar bij een vervoermiddel
7 jaar bij een rolstoel
10 jaar bij roerende woningaanpassing
15 jaar bij een verbouwing van een woning
20 jaar bij een traplift
HOOFDSTUK 7.
Artikel 7.8
Pgb voor materiële voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2024