Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactor is opgenomen in de Rgv, wordt de geurhinder beoordeeld op grond van artikel 6, van de Wgv. In dat geval dient tenminste een minimale afstand tussen veehouderij en ‘geurgevoelig object’ te worden aangehouden. Het gaat hier om de afstand tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de buitenzijde van het geurgevoelige object:
voor geurgevoelige objecten gelegen in gebiedstype I geldt een minimale afstand van 25 meter.
Hoofdstuk 18.
Artikel 18:1
Andere waarde voor de afstand in gebiedstype I
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland 2023