Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Algemene regels, uitzonderingen

Onderdeel van Mandaatregeling Wijdemeren 2024

1.. De mandataris is bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld onder bijlagen I en II, tenzij: het besluit afwijkt van het beleid; het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan toe gevoerde beleid; advies nodig is van andere afdelingen en/of instellingen en het advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten c.q. niet tot dezelfde conclusie leiden; er rekening mee moet worden gehouden dat de betrokken portefeuillehouder, het college of de burgemeester op zijn of haar respectievelijke verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken; overleg nodig is met de portefeuillehouder en de portefeuillehouder te kennen geeft het voorstel aan het college te willen voorleggen; het besluit afwijkt van richtlijnen, voorschriften en dergelijke; het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden; uit het te nemen besluit andere niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien; er vóór het nemen van het besluit zienswijzen zijn ingediend, dan wel bezwaarschriften of beroepschriften zijn te verwachten naar aanleiding van het uiteindelijk genomen besluit; de uitoefening van de bevoegdheid grote politieke consequenties krijgt of vermoedelijk zal krijgen, dan wel dat precedentwerking te verwachten is; het uit het oogpunt van hoffelijkheid jegens de ontvanger gewenst is, dat het bestuursorgaan zelf het besluit neemt en ondertekent; het college zelf wenst te beslissen. 2.. Indien zich één van de onder a. tot en met l. omschreven situaties voordoet, dan wordt het besluit eerst in concept voorgelegd aan het bevoegde bestuursorgaan. 3.. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt voorts binnen de grenzen van de vastgestelde taken en met inachtneming van het terzake geldende recht alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregels. 4.. In geval van bestuursrechtelijke procedures waarbij getracht wordt te schikken geldt dat als de uitoefening van de bevoegdheid politieke consequenties krijgt of vermoedelijk zal krijgen, de mandataris hierover eerst met zijn/haar portefeuillehouder overlegt teneinde de grenzen van het mandaat te bepalen.

Rechtspraak bij dit artikel