Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamer stelt de betrokken bestuursorganen schriftelijk op de hoogte van haar of zijn voorlopige onderzoeksresultaten en conceptaanbevelingen. 2.. De rekenkamer bepaalt het moment en de wijze van openbaarmaking van het rapport. 3.. De directeur stelt de betrokken bestuursorganen in de gelegenheid binnen een maand schriftelijk te reageren op de voorlopige onderzoeksresultaten en de conceptaanbevelingen. 4.. Het betrokken bestuursorgaan deelt, indien van toepassing, tenminste mee: welke aanbevelingen worden overgenomen; of indien aanbevelingen niet worden overgenomen, de motivering waarom van aanbevelingen wordt afgeweken. 5.. Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt een definitief rapport op waarin de resultaten van haar onderzoek en, indien van toepassing, de aanbevelingen, alsmede de reacties hierop zijn opgenomen. 6.. De rekenkamer stelt de betrokken raden vóór de publicatiedatum in de gelegenheid om het rapport in te zien. 7.. De rapporten van de rekenkamer zijn openbaar. 8.. Alleen op grond van de belangen genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 9.. Als de rekenkamer informatie heeft die zij van belang acht voor de raad, maar die naar haar aard vertrouwelijk of gevoelig is, krijgt de rekenkamer de gelegenheid om in een besloten vergadering van een commissie ex artikel 82 Gemeentewet die informatie te delen. De commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet besluit of er wel of niet geheimhouding moet worden opgelegd omtrent het in een besloten vergadering behandelde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel