Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Bouwmelding (inclusief risicobeoordeling en borgingsplan)

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

Uiterlijk 4 weken voor de start van de bouw dient bij het bevoegd gezag een bouwmelding ingediend te worden. In de bouwmelding moet aan het bevoegd gezag aangegeven worden welk instrument wordt toegepast en welke kwaliteitsborger toeziet op de bouw. Tevens moet de melder een risicobeoordeling en een borgingsplan overleggen bij de melding. Waar de bouwmelding aan dient te voldoen wordt middels een checklist weergegeven in bijlage 2 bij dit beleid. Uit de risicobeoordeling moet volgen welke risico's er zijn dat het uiteindelijke bouwwerk niet aan de bouwtechnische regels voldoet. Het gaat om de bouwtechnische regels van hoofdstuk 4 (nieuwbouw) en 5 (verbouw) van het Bbl. Die regels zijn de basis voor de beoordeling van de risico's. Extra aandacht is daarbij nodig van onderdelen die niet zichtbaar zijn als het bouwen klaar is. Denk aan wapening of isolatie. Verder moet de risicobeoordeling ook de volgende punten meenemen: (eventuele) gelijkwaardige maatregelen moeten voldoende onderbouwd zijn; maatwerkregels in omgevingsplan over duurzaamheid, energiezuinigheid; regels in omgevingsplan vanwege bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten en de afstemming daarover met de brandweer; regels in omgevingsplan over welstand, monumenten of functie van de locatie maatwerkvoorschriften; bijzondere lokale omstandigheden c.q. gebiedsspecifieke- en locatie specifieke risico’s (zie nadere uitleg hoofdstuk 4 van dit uitvoeringsbeleid). Op basis van de risicobeoordeling stelt de kwaliteitsborger een borgingsplan vast. In het borgingsplan moet staan: welke maatregelen nodig zijn om de risico's in de risicobeoordeling te voorkomen of te beperken; op welke wijze het ontwerp van het bouwplan en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoen aan de bouwtechnische voorschriften van het Bbl (in hoofdstuk 4 en 5); op welke momenten de kwaliteitsborging plaatsvindt. Verder beschrijft het borgingsplan in ieder geval: de totstandkoming ervan; de aard en omvang van de uit te voeren kwaliteitsborging; de eindverantwoordelijke personen voor de kwaliteitsborging; de manier waarop de verschillende onderdelen van het bouwplan in samenhang worden beoordeeld; de manier waarop integraal wordt beoordeeld of de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 4 en 5 van het Bbl; in welke gevallen en op welke momenten het borgingsplan wordt geactualiseerd; welke normen of kwaliteitsverklaringen bouw (artikel 2.14, lid 2 en 3 Bbl) of gelijkwaardige maatregelen (artikel 2.4 Bbl) bij de bouwwerkzaamheden worden toegepast; op welke specifieke bouwwerkzaamheden de beoordeling ten minste is gericht. Hierbij moet de kwaliteitsborger rekening houden met de bijzondere lokale omstandigheden; bij welke bouwwerkzaamheden rekening wordt gehouden met andere kwaliteitsborgingssystemen. Aan de hand van de bouwmelding controleert de gemeente, te weten de administratie, op de volledigheid van de gegevens. Gecontroleerd dient te worden of het juiste borgingsinstrument is toegepast en of de kwaliteitsborger geregistreerd is in een landelijk register. Als er geen erkende kwaliteitsborger is aangewezen of als een borgingsplan en/of risicobeoordeling ontbreekt/niet volledig is dan is er sprake van een onvolledige bouwmelding. Er is dan juridisch geen sprake van een melding. Er mag dan ook niet gestart worden met de bouw. Dit is ook het geval indien de gebiedsspecifieke- en de locatie specifieke risico’s niet in de risicobeoordeling zijn meegenomen. De casemanager geeft aan bij de melder welke gegevens ontbreken. Als de melding vervolgens compleet wordt ingediend, dan is de melding op dat moment gedaan en gaat de wettelijke termijn van vier weken voor de gemeente om de melding te beoordelen lopen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel