Aan het eind van het bouwproces moet een gereedmelding worden ingediend. In deze melding moet een verklaring van de kwaliteitsborger zijn opgenomen met de mededeling dat hij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat het bouwwerk voldoet aan de voorschriften. Deze verklaring bestaat uit de volgende onderdelen:
opgave welk instrument is toegepast en de verklaring dat de kwaliteitsborger dat instrument ook mag gebruiken;
verklaring dat de kwaliteitsborging zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd volgens de in het instrument gestelde eisen;
verklaring dat de kwaliteitsborger vindt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl.
Daarbij dient de verklaring te bestaan uit het zogenaamde ‘dossier bevoegd gezag’. Doel van het dossier is dat de gemeente, bijvoorbeeld in geval van een calamiteit of toekomstige verbouwingen, over informatie beschikt die nodig is voor het toezicht op het gerealiseerde bouwwerk. Het dossier wordt door de administratie op volledigheid getoetst en er wordt beoordeeld of het aannemelijk gemaakt is dat aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.
De gemeente kan er voor kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen en eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Dit is aan de orde zijn als er gedurende de aanvraag en bouwfase gerede twijfels zijn ontstaan over de kwaliteit van het bouwwerk of de aangeleverde bescheiden, of indien risico’s aanwezig zijn zoals omschreven onder 4 van dit uitvoeringsbeleid.
De verantwoordelijkheid van het bouwwerk ligt bij de bouwer. Door aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, boek 7 is de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij oplevering niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Het risico en de bewijslast liggen bij de aannemer. Hij moet aantonen dat het gebrek er op het moment van oplevering niet was. De deskundigheid van de opdrachtgever is niet meer doorslaggevend. Het dossier bevoegd gezag dient hiervoor als bewijslast.
De inhoudelijke rol van het bevoegd gezag betreft dus een procesrol. De gemeente, te weten de casemanager, beoordeelt de stukken op volledigheid. Er vindt geen preventieve inhoudelijke toets op wet- en regelgeving plaats, maar zoals hiervoor vermeldt kan de gemeente er voor kiezen dit in sommige gevallen wel te doen.
De kwaliteitsborger toetst of het bouwwerk daadwerkelijk gebouwd is conform de regelgeving. Deze toets betreft in ieder geval de bouwtechnische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar het kan ook betrekking hebben op alle andere kwaliteitsaspecten die in het contract zijn overeengekomen. Dat laatste heeft betrekking op de versterking van de positie van de bouwconsument, een doelstelling van de wet waar de gemeente verder buiten staat.
Ook ten aanzien van de gereedmelding geldt dat, indien de melding niet volledig is, deze als niet voldaan wordt beschouwd. De casemanager dient binnen twee weken na de melding aan de melder mede te delen welke gegevens ontbreken. Het bouwwerk mag pas in gebruik worden genomen als de melding compleet is.
Volledigheidshalve dient vermeldt te worden dat de gemeente geen leges voor de hiervoor vermelde meldingen ontvangt. Er staan dus geen directe inkomsten tegenover de werkzaamheden die de gemeente daarvoor moet uitvoeren.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Gereedmelding
Onderdeel van Uitvoeringsbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)