Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 4.

Artikel 2:28f

Overgangssituatie

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Rijswijk 2024

1.. 1.In het geval het exploiteren van de openbare inrichting is beëindigd, vervalt de exploitatievergunning: indien niet binnen 12 weken na het beëindigen van het exploiteren van de openbare inrichting een volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van dezelfde openbare inrichting is ingediend; op het moment dat op een ingediende aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van dezelfde openbare inrichting is ingediend; 2.. 2.Van beëindiging van het exploiteren van de openbare inrichting is sprake, indien: de openbare inrichting blijkens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; op grond van nadere informatie blijkt dat de openbare inrichting niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd. 3.. Gedurende de periode dat nog niet op een ingediende aanvraag om een nieuwe vergunning is beslist, kan de burgemeester met het oog op de in artikel 2:28b juncto artikel 1:8 genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel